De rampeeuw van Napels
Dit gebruik ontstond in de zeventiende eeuw, een rampeeuw voor Napels. Pestepidemieën, vulkaanuitbarstingen en aardbevingen zorgden voor veel slachtoffers. Veel dode lichamen werden naar de Kerk van het Vagevuur gebracht en de beenderen werden daar in de onderkerk bewaard. Er werd vanaf die tijd in de onderkerk veel gebeden voor de (onbekende) zielen om er voor te zorgen dat deze zielen niet te lang in het vagevuur hoefden te verblijven en dus sneller een plekje in het paradijs zouden krijgen. Er werd echter niet alleen gebeden. De Napolitaanse vrouwen zochten een schedel uit en gaven deze een mooi plekje in een soort van altaartje. Dit kon een altaar van marmer zijn, maar voor diegenen die niet veel te besteden hadden, was een oude schoenendoos ook goed. De schedel werd iedere dag opgepoetst met watten en alcohol.
Er werd goed gezorgd voor deze anonieme zieltjes. Men verwachtte er dan ook wel iets voor terug. Eenmaal in het paradijs kon de ziel misschien iets terug doen voor de gelovigen. In 1969 werd deze verering door het Vaticaan verboden. Volgens het Vaticaan kun je een anonieme ziel niet op dezelfde manier vereren als een Heilige. Ook al was er dan een verbod, in Napels (waar men toch al niet zo van regels houdt) ging men gewoon door met het vereren van de anonieme zielen.
Tijdens het afdalen naar de onderkerk is het enige licht dat we zien dat van kaarsjes. Er hangt een mysterieuze sfeer en als we door de ondergrondse gangen lopen, zien we dat er nog steeds opgepoetste schedels in marmeren altaartjes worden bewaard. Later tijdens onze reis bezoeken we ook het Cimitero delle Fontanelle. Toen er tijdens de grote pestepidemie in de kerken geen plaats meer was voor de dode lichamen, werden de lichamen ’s nachts naar de tufsteengroeves net buiten het centrum gebracht. Hier zijn beenderen van duizenden slachtoffers uit de 17e eeuw te zien. Ook hier werd én wordt nog steeds gebeden voor de anonieme zielen. Als we langs de netjes naast elkaar liggende schedels wandelen, zien we dat op elke schedel een euromunt ligt. Dit zorgt ervoor dat de ziel zonder schulden het paradijs kan betreden. Ook zien we dat er cadeautjes, een glas water of sigaretten worden achtergelaten. Bij de beenderen van een kinderslachtoffer zien we veel speelgoed liggen.
Er werd goed gezorgd voor deze anonieme zieltjes. Men verwachtte er dan ook wel iets voor terug. Eenmaal in het paradijs kon de ziel misschien iets terug doen voor de gelovigen. In 1969 werd deze verering door het Vaticaan verboden. Volgens het Vaticaan kun je een anonieme ziel niet op dezelfde manier vereren als een Heilige. Ook al was er dan een verbod, in Napels (waar men toch al niet zo van regels houdt) ging men gewoon door met het vereren van de anonieme zielen.
Tijdens het afdalen naar de onderkerk is het enige licht dat we zien dat van kaarsjes. Er hangt een mysterieuze sfeer en als we door de ondergrondse gangen lopen, zien we dat er nog steeds opgepoetste schedels in marmeren altaartjes worden bewaard. Later tijdens onze reis bezoeken we ook het Cimitero delle Fontanelle. Toen er tijdens de grote pestepidemie in de kerken geen plaats meer was voor de dode lichamen, werden de lichamen ’s nachts naar de tufsteengroeves net buiten het centrum gebracht. Hier zijn beenderen van duizenden slachtoffers uit de 17e eeuw te zien. Ook hier werd én wordt nog steeds gebeden voor de anonieme zielen. Als we langs de netjes naast elkaar liggende schedels wandelen, zien we dat op elke schedel een euromunt ligt. Dit zorgt ervoor dat de ziel zonder schulden het paradijs kan betreden. Ook zien we dat er cadeautjes, een glas water of sigaretten worden achtergelaten. Bij de beenderen van een kinderslachtoffer zien we veel speelgoed liggen.